1956-1960

Het 2e elftal in 1956
staand v.l.n.r.: Roel van Dijk, Liewe Kiers, ?, Roelof Kwint, Lammert Kiers, Max Bruins
Voorste rij: v.l.n.r.: Eppie van Veen, Eli Veenstra, Auke vd Velde, Jacob Drijver, Be Kwint, Jan Gerding, Dirk Jacht

Het belangrijkste gebeuren was ongetwijfeld de officiële in gebruik name van de nieuwe velden bij “de molen”. Op 1 september 1956 werd ter gelegenheid van de

officiële opening een olympische dag georganiseerd. Drie sportvelden waren nu ter beschikking van de Rijvereniging “Bergveen”, de korfbalvereniging “Rood-Zwart” en de V.V. Veenhuizen.

Helaas inspireerde deze nieuwe omgeving het eerste elftal niet. Nadat men na afloop van het seizoen 1955-1956 had besloten de 4e klasse van de K.N.V.B. te verlaten, was het succes in de D.V.B. ook maar magertjes. Het tweede presteerde in1956 nog goed. Het eindigde op de tweede plaats. Er kan rustig gesteld worden dat de vereniging in een crisis verkeerde.

In 1959 moest zelfs, terwijl men slechts met 2 seniorenteams en 1 juniorenteam aan de competitie deelnam, een elftal teruggetrokken worden. Het kon dan ook niet uitblijven: V.V. Veenhuizen degradeerde naar de 2e klasse van de D.V.B.. Een degradatieregeling was trouwens door de bond toen niet vooraf geregeld. Aan het einde van het seizoen werd pas bekengemaakt dat de 2 laagst geklasseerde moesten degraderen. Veenhuizen was als één na laatste geëindigd.

H. Pots
voorzitter

Het was een moeilijke periode voor het bestuur o.l.v. voorzitter H. Pots. Het laatste jaar van deze periode begon het weer wat te gloren. Het belangrijkste feit was wel dat de jeugdafdeling groeide. Met recht kon de vereniging weer hoop voor de toekomst hebben.

Voorts werd de V.V. Veenhuizen koninklijk goedgekeurd bij besluit van 14 januari 1960. Natuurlijk was er ook een reden om feest te vieren: het 15-jarig bestaan  werd op 22 oktober gevierd. Het laatste wapenfeit is een monsterzege die het eerste elftal op 18 december 1960 op

Zuidlaarderveen behaalde. Het werd maar liefst 17-0. Topscoorder was Riekus van Veen, die negen maal de bal tegen de touwen joeg.